5 okt. 2013 | “De Grote Oorlog” tentoongesteld.

door diaryandthoughtsonarchitecture

article-2229655-15E6047E000005DC-110_634x426

Er zijn beelden die blijven hangen in ons geheugen. Sommige beelden beklijven zo dat ze deel uitmaken van het collectieve denken van soms generaties lang. Meestal treffen die beelden ons in ons primaire doen en laten. Ze communiceren via het onderbewuste, treffen ons instinctief.
Het gezicht van de ander vertelt ons zijn of haar ontreddering ; schreeuw, paniek, noodkreet, lach of kus. Iconische beelden tussen Apocalyps en verwondering ; Venus van Neanderthaler, Middeleeuwse Westportalen, “De Schreeuw”, “From here to eternity”, het werk van de Magnum fotografen, World Press-foto’s, …

Shellshocksyndroom.
Trauma opgelopen door soldaten in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, uitgegraven in de modder, de ondergelopen vlakte van de Ijzer, een stuk niemandsland vanaf de “Ganzepoot” landinwaarts. Wilde ganzen en soldaten, beesten en mensen, slijk en kanonnenvlees.
Soldaten in Shellshock, verwondt door de schokgolf van een te dichtbij ingeslagen granaat, een te dichte knal, onzichtbaar geraakt en volledig verdwaasd.
Ik kan me makkelijk het beeld oproepen van soldaten, trillend op hun benen, wankelend en stotterend naast hun doel. Een beeld dat de waanzin van een toegeslibde, op slot gezette wereldoorlog oproept. Een wereldoorlog die zich afspeelt op luttele aantal vierkante meters.
Ik kan me geen beeld oproepen dat nog sterker die waanzin oproept. Een woordeloos pamflet. Geen manifest dat luider claimt “nooit meer oorlog”.
(Maar zie ; helaas, in de afwikkeling van de “Grote Oorlog” ontkiemde zich de nog grotere gruwel van Wereldoorlog Twee).

In Ieper bevindt zich een museum dat die “Grote Oorlog” aanschouwelijk moet maken. Ik had het me kunnen inbeelden ; het meer dan levensgrote beeld van die bibberende soldaat, die starre blik in doffe paniek hoog tussen de houten spanten van de Lakenhallen. Knikkende knieën op ooghoogte van de argeloze bezoeker. Meer grijs met krasjes dan helder zwart-wit.
Ik herinner me de videoprojecties van Bill Viola in de Gasometer te Oberhausen, “Five Angels for the Millennium” ; monumentaal in grootte, groots in beleving. Monumentale verstilling van duikende lichamen “in reverse”, versplinterd in het water en verstomd in nagalmend oergeruis.

Maar zo niet, in de heropgebouwde Gotische Lakenhallen bevindt zich het “In Flanders Fields Museum”. Het lijkt alsof er buiten al iets misloopt ; koning Albert schouwt er in “neogotische” pose het Ieperse marktplein. In tijden van de Amsterdamse School, de (Otto-) Wagner-school en de Weense Secession, het prille Bauhaus te Weimar, … dacht men hier aan Neogotiek. Mens, vorm en stad werden historiserend, folkloristisch, benaderd. Misschien was het katholieke Vlaanderen daarom te klein voor een van onze beste architecten, Henry Van de Velde.

Daar gaat het hier niet om. Het museum dus …
Een museum met een naam waarmee het gedicht van John McCrae (°1872-+1918), een Canadese militaire arts, aanzet ;
In Flanders fields the poppies blow.
Between the crosses, row on row.”

De collectie en het design, of eerder de collectie versus het design.
Een overvloed aan materiaal, thematisch verwerkt langsheen een chronologische tijdslijn.

Het Franse legeruniform met rode broek bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog lijkt een grap, ware het niet dat het in de loopgraven eerder als schietschijf functioneerde … Een gruwelijke grap. Kaki, grijs en bruin deden snel hun intrede.
Dat alles in deze wereldoorlog alsmaar meer evolueerde naar meer modder en stront, meer luizen en ongedierte, meer lijkengeur, meer blinde waanzin van officieren en generaals die het slagveld eerder als een spelletje Stratego beschouwden, terwijl in realiteit de voorste linies van beide legers ter plaatse bleven trappelen, kortom naar nog meer rotte ellende, blijkt niet uit het opgepoetste materiaal. Getalenteerde acteurs berichten in diverse talen. Soms moet het dialect realisme oproepen, maar het keurig nagemaakte historische pak en grime verraadt de leuke job.

Waar de artefacten op zich hier en daar wel een verhaal lijken te vertellen, slaat het design je op een gezellige en onderhoudende wijze met saai- en leegheid om de oren. Alles wat onaanvaardbaar zou moeten aanvoelen wordt educatief aanvaardbaar gemaakt. De majestueuze ruimte en spanten van de Lakenhallen zijn eerst monddood gemaakt met een donkergrijze verf. Massa’s spotjes lichten evenveel plekken uit waar iets of niets te zien is. Een parcours zonder “lijn”, zonder accenten, zonder uitspraken, zonder ritme.
Kijkkasten als rotspartijen of ufo’s, leeswanden als termietenheuvels of puzzels, videoschermen alsof het paaldanseressen waren, in bosformatie of als patchwork opgesteld, maquettes en kaarten in zwaarlijvige sokkels of als te pletter gegooide eencelligen. Een allegaar van vormelijke en geësthetiseerde mediocriteit, maar weliswaar interactief en multimediaal ! Een barokke scenografie die schreeuwerig alle aandacht opeist.
Amorfe vormen en de zo geforceerde diagonalen dwingen de bezoeker te laveren alsof hij zich op een plat gevallen klimwand bevindt.
Zwart, rood en het natuurkleur van hout herhalen zich. Maar ook hier worden de gekozen kleurthema’s niet doorwerkt, ook hier leiden deze keuzes niet ergens naar toe dan naar zichzelf.

Zoveel ijdele fake en esthetische crème fraîche om de nochtans eenvoudige en directe boodschap die vele soldaten-kunstenaars aan brief of dagboek, in schets of grafschrift, … toevertrouwden, gestalte te geven ; laat ons deze waanzin stoppen en onze geliefden opzoeken. Behoudens een sporadisch gedicht en een fantastische tekening van Frans Masereel, ontbreken ook de talrijke kunstenaars en hun rauwe maar levensechte oorlogspoëzie.

Bijzonder jammer is dat aanleiding en afwikkeling van de “Grote Oorlog” niet worden geduid. Met de Vrede van Versailles werd in 1919 de Tweede Wereldoorlog reeds in stilte aangekondigd …
Nochtans heeft het lot van al die doden een betekenis ; er ontstond een pacificatiebeweging die aan de grondslag van ons huidig in vrede levend Europa lag.
1948 tot heden, straks een eeuw zonder oorlog in Europa.
Zoals alle overzicht teloor gaat in het bombastische hindernissenparcours van deze museumopstelling, ontbreekt ook dit “grote perspectief”.

Jan Dekeyser | ZA 5 okt. 2013